Eerder had het kabinet afgesproken dat de afslankoperatie bij het Rijk niet gecompenseerd mag worden door meer externe inhuur. Ministeries mogen niet meer dan 13% van de personele lasten besteden aan externen. Slechts zeven ministeries zijn vorig jaar onder deze norm gebleven.
Het ministerie van Financiën bleef netjes onder de norm, ondanks dat het ministerie externen moest raadplegen in verband met de kredietcrisis. In totaal gaf het ministerie 32 miljoen euro uit aan externen.
Het ministerie van Justitie bleef niet binnen de norm, omdat de inhuurkosten van beveiliging en P-direkt meegerekend werden. Ook het ministerie van Binnenlandse Zaken overschreef de norm. Dat kwam onder andere door de inhuur voor het programma Vernieuwing Rijksdienst. Dat is opvallend, aangezien de afslanking van de rijksoverheid onderdeel is van dit programma.

Vanaf de zijlijn wordt er continu met scherp geschoten op het zogenaamde wanbeleid op de inhuur van externen door de media (RTL, nieuws- en vakbladen) , politieke partijen (o.a. SP) en brancheorganisaties. Maar is er daadwerkelijk sprake van wanbeleid of is het eerder wanorganisatie door een tekort aan kennis, kunde en ketenintegratie? Eerlijk is eerlijk, in de meeste gevallen kan men met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat er externe arbeidskrachten worden ingeleend omdat er een tekort is aan kwalitatieve en/of kwantitatieve capaciteiten bij een toenemende en/of fluctuerende werklast. Op zich rechtvaardigt dit in beginsel het inlenen van extern personeel. Het antwoord op de vraag of dit anders kan is simpel, JA. Het antwoord op de vraag of het anders moet is al wat lastiger... De keuzemogelijkheden vallen of staan met de uitgangspunten en doelstellingen. Als er gestreefd wordt naar continue verbetering van de kostenstructuur, zal men moeten blijven werken aan procesverbetering aan de uitvoeringszijde en contractmanagement aan inkoopzijde. Over het algemeen worden deze activiteiten onafhankelijk van elkaar benaderd. Inkoop is verantwoordelijk voor inkoop- en contractmanagement, HRM voor het beleid en facilitaire voorzieningen, en de lijnorganisatie voor implementatie en realisatie. Hierdoor kan een situatie ontstaan waarbij het inkoopproces technisch wordt benaderd, waarbij men zich beperkt tot prijssturing in plaats van kostensturing. De prijs kan op tariefniveau interessant/marktconform ogen, echter binnen de context van kostenstructuurverbetering slechts een beperkte bijdrage leveren. De kostendrijvende elementen bij de inkoop van externen liggen verborgen binnen de (loon)kostenopbouw, tariefvorm en inleenvorm (cao-toepassing, contract/fasering en poolmanagement). Deze sturingselementen kunnen alleen benut worden als het inkoopproces wordt gekoppeld aan het inhuurproces en men zorgt voor inhoudelijke materie en marktkennis. Met andere woorden, zal het multidisciplinair tot stand moeten komen door participatie van zowel, inkoop, HRM, lijnmanagement en finance/control als projectteam, waarbij de gebruiker de basis van de inkoopbehoefte vormt en de stafdisciplines de context bewaken. Inkoopmodellen zoals Commodity Strategy Development bieden hierbij waardevolle handvatten. De inhoudelijke kennis m.b.t. (loon)kostenopbouw, tariefvorm, inleenvorm en wet en regelgeving, zal men moeten borgen door het betrekken/ontwikkelen van expertise binnen (als men structureel inkoopt) of buiten (ZZP’ers) de organisatie. Hoe dan ook, wij helpen graag bij het omzetten van deze theorie naar de praktijk! Met warme groet, Steven Stephania 063 892 40 04
Door Steven Stephania | 21 mei 2010 15:25