16 juni 2007

De hond is dood. Wat nu? Onderzoek naar service van gemeenten

Aan ambitie ontbreekt het niet bij de lokale overheid, maar hoe vriendelijk en klantgericht zijn gemeenten werkelijk? We belden vijftig gemeenten en vroegen hoe we de hondenbelasting konden
stopzetten na de dood van de hond en wat we moesten doen met het stoffelijk overschot.

  • Afdeling Belastingen, met R***’
  • ‘Ja, goedemiddag, met Peters. Mijn hond Kenneth is vanochtend overleden en ik wilde weten hoe het zat met de hondenbelasting.’
  • ‘Zend een bewijs van overlijden en dan zullen wij het behandelen als ware het een bewaarschrift.’
  • ‘Uh, een bezwaarschrift?’
  • ‘Dat is om aan te geven dat uw hond niet langer in Zoetermeer verblijft.’
  • ‘Hij is dood…’
  • ‘Dan zal een bewijs van overlijden van de dierenarts leiden tot een succesvolle bezwaarprocedure.’

24 / 7

Als de telefoon bij de gemeente Alphen aan de Rijn 3 keer overgaat en er is nog niet opgenomen, dan kan de burger aanspraak maken op een cheque van 5 euro, te besteden in het plaatselijke theater. Deze stok achter de deur voor de Alphense ambtenaren haalde zelfs het NOS-Journaal. Dienstverlening aan de burger is een speerpunt van de lokale overheid. Niet alleen in Alphen, ook in Zoetermeer en de andere 441 gemeenten als we de Vereniging van Nederlandse Gemeenten mogen geloven. ‘Contact zoeken met de gemeente wordt plaats- en tijdonafhankelijk doordat internet en telefonie professioneel zijn georganiseerd. Je kunt dus 24 uur per dag je gemeente bellen en naar de website van de gemeente surfen’, aldus een uitnodiging van de VNG voor een congres in januari over dienstverlening. ‘Zoeken naar de juiste overheidsinstelling behoort bovendien definitief tot het verleden. Je wordt voor al je overheidsvragen direct door de gemeente geholpen of komt snel in contact met de juiste specialist.

Zoveel ambitie vraagt om een test. Intermediair belde de afgelopen weken de vijftig grootste gemeenten met een fictief probleem: hoe konden we na het overlijden van de hond de hondenbelasting stopzetten? Om het niet al te gemakkelijk te maken, vroegen we ook waar we met het stoffelijk overschot van Kenneth ­ onze fictieve Duitse herder die zogenaamd dezelfde ochtend was overleden ­ naartoe moesten. Vervolgens noteerden we hoe vaak we werden doorverbonden, hoe snel we een bevredigend antwoord kregen en hoe vriendelijk we te woord werden gestaan.

Geen gehoor

De vraag over het stopzetten van de hondenbelasting leverde weinig problemen op. Na hoogstens één keer te zijn doorverbonden hadden we binnen enkele minuten antwoord: de hondenpenning inleveren, of een bewijs van overlijden van het crematorium of de dierenarts opsturen. In vergelijking met de klantenservice van bijvoorbeeld beruchte telecombedrijven deden de gemeenten het prima. Heel incidenteel kregen we pauzemuziekjes te horen of telde een computer het aantal wachtenden af voordat we aan de beurt waren. We betaalden bovendien vrijwel altijd het lokale tarief.

Slechts één gemeente liet ons al bij de eerste vraag in de steek. In Bergen op Zoom was om 16:45 uur bij de afdeling gemeentelijke belastingen niemand meer aanwezig om de telefoon op te nemen. Weinig lof ook voor de gemeente Eindhoven: het duurde een halfuur voordat de telefoon werd opgenomen. Bij de gemeente Zaanstad was de reactietijd dik in orde, maar hiervoor betaalden we wel een prijs. We vonden in het telefoonboek alleen een 0900-nummer: ‘Dit gesprek kost tien cent per minuut plus het verbruik van uw mobiele telefoon.’

Begraven

De tweede vraag , wat te doen met het stoffelijk overschot van Kenneth, leverde meer problemen op.

Haarlemmermeer

  • (Gesprek op de achtergrond)
    ‘Ik heb hier een meneer die zich afvraagt wat hij met zijn dooie hond moet doen.’
  • ‘Tja …. (gerommel). Uh, dat weet ik niet. ’
  • ‘Weet iemand anders het?’
  • ‘Hij is dood, die hond?’
  • ‘Ja, hij is al dood.’
  • ‘Zeg maar dat ie naar de dierenarts moet bellen.’
  • (...)
  • ‘Daar ben ik weer, meneer. We weten het niet hier.’
  • ‘Maar er zullen toch wel regels zijn? Mag ik hem bijvoorbeeld in de tuin begraven?’
  • ‘Tja. Ik denk het niet. Maar ik zou het gewoon doen. Was het een grote hond?’
  • ‘Van u mag ik hem in de tuin begraven?’
  • ‘Nou ja, het mag niet. Maar ik zou het gewoon doen, als ik u was. Maar dat mag ik natuurlijk niet zeggen.’
  • ‘U zei het net wel.’
  • ‘Uh. Ja. Kijk. Ik denk niet dat ze snel controleren in de tuin.’

Vrieskist

Het gros van de gemeenten verwees ons naar de dierenarts, een handjevol naar de afdeling afvalinzameling. In Hoorn hadden ze geen idee, maar ze zouden er nog over terugbellen. We wachten nog steeds. Op onze suggestie de hond in de tuin begraven, kwamen wisselende reacties. De meeste ambtenaren wisten te vertellen dat het niet mocht. Soms spoorde de ambtenaar aan tot burgerlijke ongehoorzaamheid: “Gewoon doen.” De gemeente Schiedam wist het zo snel niet, maar was uitermate behulpzaam. De behandelend ambtenaar vroeg naar ons adres en belde tien minuten later op om te vertellen dat begraven niet mocht van de woningbouwvereniging (‘ons’ adres was lukraak uit het telefoonboek gekozen). De dame van het naburige Spijkenisse vroeg naar de grootte van de tuin - ‘Je wilt niet te lang met een dood beessie in huis blijven zitten, hè’ ­ maar vond persoonlijk afleveren bij de dierenarts toch de beste oplossing.
Bij de meeste gemeenten is de behandeling correct en zakelijk. Het inlevingsvermogen van de ambtenaren liet vaak te wensen over.

Leiden

  • ‘Met wie ben ik nu doorverbonden?’
  • ‘Afdeling inzameling. U had een hond?’
  • ‘Ja, dat klopt. Hij is dood. En ik vroeg me af wat ik met hem kon doen.’
  • ‘Wij hebben hier een vrieskist staan. Die staat op min 23.’
  • ‘En daar kan ik hem naar toebrengen.’
  • ‘Juist, meneer. Dan vriezen wij hem in.’
  • ‘En wat gebeurt er dan met Kenneth?’
  • ‘Dan wordt ie opgehaald door een destructiebedrijf.’
  • ‘Oh.’
  • ‘Ja. En dan maken ze er van alles van.’
  • ‘Oh. Wat dan?’
  • ‘Ja. Van alles. Beenderlijm. En… Ja, van alles.’

Meelevende ambtenaren Soms kregen we het idee dat er werd gewerkt met een standaardscript. Waarschijnlijk was dat het geval in Rotterdam, waar een jonge telefonist meteen de naam van de beller onthield. Minpuntje was de afsluiting van het gesprek. De standaardfrase ‘En nog een héel goede middag, meneer’, vonden we in dit geval minder gepast.
Bij ongeveer een derde van de gemeenten troffen we een meelevende ambtenaar. De dame in Almelo reageerd meteen met een ‘Ach, wat spijtig’. In Roosendaal werd ons tot drie keer sterkte toegewenst en vond de ambtenaar het allemaal ‘heel erg naar van Kenneth’. Ook in Sittard-Geleen, Helmond en Lelystad staken de ambtenaren ons een hart onder de riem.
Helaas sprong er ook een aantal gemeenten in negatieve zin uit. In Haarlem had de medewerker er duidelijk geen zin in. Hij was onvriendelijk en ongeduldig. In Zoetermeer zat een stereotiepe ambtenaar die praatte in een onbegrijpelijk jargon. Maar echt droevig werden we in Amsterdam. Het speciale servicenummer voor alle vragen werd bemand door een jonge telefonist. Zijn computer bood geen uitkomst op de vraag wat te doen met het stoffelijk overschot en hij ging te rade bij collega’s. We werden niet in de wacht gezet en genoten op de achtergrond mee van wat hij zag als de bak van de maand. ‘Wat moet je met een dooie hond? Hahaha.’

Score 50 gemeenten op telefonische dienstverlening

vriendelijk?doorverbonden?kwaliteit antwoordsnelheid
Alkmaar63 x-3 min.
Almelo90+5
Almere61+10
Alphen a/d Rijn80+3
Amersfoort41-3
Amstelveen60+2
Amsterdam30+8
Apeldoorn50-3
Arnhem80+2
Bergen op Zoom----Geen gehoor
Breda42+10
Delft*80+1
Den Haag61+3
Deventer41+3
Dordrecht51+3
Ede71+3
Eindhoven53+45
Emmen81+5
Enschede81+5
Gouda73-2x teruggebeld, maar nooit met een antwoord
Groningen62+Volgende dag teruggebeld
Haarlem42-Geen antwoord gekregen
Haarlemmermeer *62+3 min.
Heerlen71+5
Helmond71-5
Hengelo 52-5
's Hertogenbosch53-niet teruggebeld
Hilversum44-10 min.
Hoorn45-niet teruggebeld
Leeuwarden80+5 min.
Leiden53+10
Leidschendam-Voorburg51+10
Lelystad71+Volgende dag teruggebeld
Maastricht72+2
Nijmegen60+5
Oss60-5
Purmerend60+3
Roosendaal91+1
Rotterdam70+3
Schiedam81++Na 10 min. teruggebeld
Sittard-Geleen80+6 min.
Spijkenisse70+3
Tilburg63+9
Utrecht82+4
Velsen61-3
Venlo71+3
Vlaardigen60+2
Zaanstad (0900-nummer, 10ct p/m)80+3
Zoetermeer41-4
Zwolle*80+1

* In deze gemeenten wordt geen hondenbelasting geheven

- - = gemeente was onbereikbaar / geen antwoord op beide vragen
- = wel antwoord wat te doen met de hondenbelasting, maar geen direct antwoord op de vraag wat te doen met de hond
+ = antwoord op beide vragen
++ = antwoord op beide vragen en een 'stukje' extra service

Verantwoording:
Voor vriendelijkheid kregen de gemeenten een cijfer op de schaal van 1 tot 10. Ambtenaren die medeleven toonden, scoorden op dit punt extra hoog. Een correcte behandeling was minstens goed voor een "6". Slecht scoorden gemeenten waarbij we door de ambtenaar werden uitgelachen (Amsterdam), chagrijnig of ongeduldig te woord werden gestaan.

Of een antwoord goed of slecht was, hing af van het feit of we na het ophangen van de hoorn echt wisten wat we met Kenneth moesten doen. 'U moet echt met uw hond naar de dierenarts' of 'komt u hem afleveren bij de afvalinzameling', was voor ons een correct antwoord.  We wisten precies wat te doen. Ook als ons ten stelligste werd afgeraden of verboden onze hond in de tuin te begraven, was het antwoord in onze brave burgerogen bevredigend. Antwoorden als: 'Weet ik veel, bel de dierenarts maar ofzo', zijn door ons als niet goed bestempeld.

De snelheid waarmee we antwoord kregen, was belangrijk, maar niet zaligmakend. Een gemeente die moeite had met de vraag, maar ons diezelfde dag nog terugbelde, liet een goede indruk achter. Gemeenten die echter beloofden terug te bellen, maar dat niet deden, lieten ons achter in onzekerheid (en met een dode hond thuis zitten).   

 

En nog een paar telefoongesprekken...

Haarlem

  • ‘In de achtertuin begraven? Tja. Dat weet ik niet.’
  • ‘Maar daar zullen toch gemeentelijke regels voor zijn?’
  • ‘Dat zal best.’
  • ‘Maar u weet dat niet?’
  • ‘Nee. Misschien de dierenarts.’
  • ‘Maar u bent toch van de gemeente?’
  • ‘Ja.’
  • ‘Dan moet u toch weten of daar regels voor zijn?’
  • ‘Jawel. Maar de dierenarts weet het ook.’

Hoorn
Na vier keer doorverbinden, kom ik bij de afdeling juridische zaken.

  • ‘Uw hond is dood. Tjee. Goh. Maar waarom komt u bij mij?’
  • ‘Ik ben doorverbonden.’
  • ‘Tja. Maar ik heb geen idee.’
  • ‘Maar u zou het wel moeten weten.’
  • ‘Is dat zo?’
  • ‘U bent toch van de gemeente?’
  • ‘Jawel. Maar je bent nu doorverbonden met juridische zaken.’
  • ‘En die weten het niet?’
  • ‘Nee.’

Amsterdam
(14020 speciaal nummer voor alle vragen.)

Ik kom bij een afdeling waar een jongen man opneemt. Hij moet alles opzoeken en leest het van zijn scherm op.

  • ‘Het moet schriftelijk en u moet de penning meesturen. Heeft u hem laten inslapen?’
  • 'Nee'
  • Stilte
  • 'Maar wat moet ik doen met de hond?'
  • ‘Even kijken of er iets over instaat.’

Hij vraagt het zonder mij in de wacht te zetten aan zijn vrouwelijke collega: ‘Wat moet je met een dooie hond, hahaha. Hij wil het zo goedkoop mogelijk, haha. Wat ga je doen? Ga je het googlen, hahaha.'

Even later:

  • ‘Meneer, bedankt voor het wachten. Ik heb hier een telefoonnummer van het dierencrematorium.’
  • 'Kan ik 'm niet in de tuin begraven?
  • ‘Dat mag je van mij doen, maar dat zou ik je niet willen adviseren.’

Spijkenisse

  • (...)
  • 'Wat moet ik met Kenneth?'
  • 'Oh, ja, je ken niet met een dood beessie in je huis blijven zitten he. Ik zou de dierenambulance maar bellen'
  • 'Mag ik hem niet in de tuin begraven?'
  • 'Weet ik niet. Heb u een grote tuin?'

Venlo

  • (..)
  • 'En dan stuurt u dat formuliertje op en dan komt het allemaal in orde.'
  • 'Maar hoe moet het nu met Kenneth?'
  • 'Is die niet bij de dierenarts dan?'
  • 'Nee, hij is hier. Niet ziek, maar dood'
  • Er valt een lange stilte
  • 'Tsja meneer, de meesten honden gaan dood door een spuitje. Laatst zelf nog ervaring mee gehad en mijn hond laten inslapen. Momentje hoor... Toch maar de dierenarts bellen en sterkte he.'

Tekst: Driss Aarabi, Marcel Duyvestijn en Thijs Peters
Illustraties: Bas van der Schot 


Reacties (9 )

Wat gek toch dat ambtenaren vaak in agressieve situaties terechtkomen. Als ze zelfs aan de telefoon zich niet klantvriendelijk kunnen gedragen, hoe zijn ze dan in levende lijve? Nee, het is altijd de schuld van de burger c.q. uitkeringsgerechtigde.

Door Sanne | 19 februari 2008 01:09

Laat ik voorop stellen dat dit ook een moeilijke materie is, hoe toon je aan dat de hond dood is. Dat briefje van de dierenarts is eigelijk ook geen bewijs en kost nog geld ook. Wat ik zou doen is de dode hond meenemen naar het gemeentehuis en bij de afdeling burgerzaken een bevesteging vragen aan de dienstdoende ambtenaar met tevens het verzoek om de teveel betaalde hondenbelasting te verekennen. En gelukkig zijn er ook nog honden die een natuurlijke dood sterven en mag je deze in je tuin begraven mits je eigenaar ben en voor huurders bij verhuizing moeten ze hem weer opgraven.

Door kees | 23 februari 2008 16:08

Ik wil dit wel eens in mijn eigen gemeente uitproberen. Mocht ik dat nog doorzetten dan laat ik hier wel een berichtje over :) Geniaal artikel, had graag nog veel meer telefoongesprekken gelezen was erg leuk om te te lezen.

Door Thomas | 24 maart 2008 22:14

Hoe vriendelijk en klantgericht zijn gemeenten werkelijk? Een dode hond roept natuurlijk iets anders op dan een bijzondere bijstand vragende mens, moge dát iedergeval duidelijk zijn. Gelukkig dat we er deels over kunnen lachen: alhoewel..als het je eigen dierbare hond is weer niet natuurlijk. En zo geldt het ook voor mensen die afhankelijk zijn van hulp bij afdeling sociale zaken; een afdeling apart maar tevens ook geschikt om de klantvriendelijkheid en klantgerichtheid twéézijdig te laten werken; dat heet communicatie. Als de hond dood is lijkt daar de vraag namelijk te borrelen : "wordt u financieel ondersteund door een derde ivm de kosten?" En volgt er een dieper onderzoek..

Door | 21 april 2008 13:22

das allemaal dikke bullshit

Door thomas | 13 mei 2008 08:53

Probeer gemeente Ten Boer eens.een heks krijg je aan de telefoon en aan het loket.

Door Mw.G. | 17 juni 2008 11:37

Het is jammer dat er geen regels voor zijn mensen zouden beter geinformeerd moeten worden wat te doen met hun dode hond de onze is vorige week zondag overleden de dieren ambulance heeft haar weg gehaald om gecremeerd te worden dit is ook gebeurd alleen heeft een medewerkster de as weggeveegd dus geen urn

Door jack heymans | 30 september 2008 19:07

Is ook een lastig onderwerp voor gemeenten lijkt mij. Nu hoeven gemeenten zich daarover niet meer druk te maken. Gelukking is het met ingang van 2008 gewoon in de wet geregeld en zit de gemeente er niet meer tussen.

Kijk naar de 'Gezondheids- en welzijnswet voor dieren'; art 81g, lid 3; 81h, lid 4 en verder voor de daar bedoelde voorschriften naar de 'Regeling dierlijke bijproducten 2008'; art 2.13; lid 2.

Dus gewoon in de tuin begraven. Hoe het met tuinen bij huurwoningen weet ik niet, maar ik zou mij kunnen voorstellen dat dit een onderlinge overeenkomst betreft, en wet gaat daar nog altijd boven.

Door dirk | 27 oktober 2008 14:15

Ja het is allemaal wel leuk die reacties. Maar wat is nou het antwoord? Ik zit hier nu met mijn duitseherder welke gisteravond vamiddag is overleden. Ik heb geen auto en achter op de fiets binden naar de afval verwerkings bedrijf lijkt me een slecht plan. Wat moet ik? HELP!!!! (btw, de vriezer is te klein!) Hopende op een reactie naar: prins_ferdinand@live.nl. Groet. Ps. ik heb geen tuin!

Door Ferdinand Prins | 28 december 2009 18:01


Voeg reactie toe

Vacatures zoeken

zoek vacatures Uitgebreid zoeken

« vorige | volgende » Topbanen

Teamleider letsel &...
Utrecht, CNV Vakcentrale